Dit zijn de genomineerden voor de RAAK-award 2026!
De genomineerden voor dé prijs voor het beste praktijkgericht onderzoek van het jaar, de RAAK-award, zijn bekend! Van de 29 ingezonden aanmeldingen heeft een jury onder leiding van Maaike van der Kamp-Romijn 6 projecten genomineerd voor de prijzen. Traditiegetrouw maken we de winnaars bekend op het SIA-congres, op 26 november. We stellen hieronder de genomineerden aan je voor (in alfabetische volgorde). Naast de juryprijzen reiken we ook elk jaar een publieksprijs uit. Binnenkort opent de online stembus en kan iedereen stemmen en meebepalen welke van de 6 genomineerde projecten de publieksprijs wint.
Biodiverse Paardenhouderij
Projectleider Inga Wolframm, lector Duurzame Paardenhouderij en Paardensport, Hogeschool van Hall Larenstein
In Nederland beheren paardenhouderijen zo’n 230.000 hectare grond in het landelijke gebied. Het project Biodiverse Paardenhouderijen laat zien dat deze terreinen een belangrijke rol kunnen spelen in biodiversiteitsherstel, paardenwelzijn, landschapskwaliteit en verdienvermogen.
Het grootschalige project verbindt lectoren, docent-onderzoekers en studenten van 4 hogescholen, 6 mbo’s en een universiteit om samen met 20 paardenhouders, brancheorganisaties, natuurorganisaties en ondernemingen te komen tot concrete handvatten voor een duurzame en toekomstbestendige paardensector, met brede maatschappelijke verankering. Studenten uit verschillende disciplines vervullen in het project een rol als citizen scientists plus: zij verzamelen data en voeren onder deskundige leiding van docent-onderzoekers volwaardig onderzoek uit naar de samenhang tussen biodiversiteit, flora en fauna, paardenwelzijn en verdienvermogen.
Inmiddels zijn er tastbare resultaten. Zo leverde het project een dataset op van meer dan 20 locaties, 25.000 plantenopnames, 3 peer-reviewed publicaties en erfinrichtingsplannen, waarvan een aantal al in uitvoering zijn. Ook leverde het onderzoek een aangenomen motie op in de Provinciale Staten Zuid-Holland, om biodiversiteit bij paardenhouderijen mogelijk te maken. De volgende stap is verdere operationalisering.
Een Vinger achter Illegale Dumpingen van Drugsafval
Projectleider Jos Brouwers, lector Analysetechnieken in de Life Sciences, Avans Hogeschool
Nederland kampt met veel illegale afvaldumpingen uit de drugsproductie. Met name de productie van MDMA, methamfetamine en amfetamine zorgt voor veel afval. Dit komt vaak in de natuur terecht en leidt tot hoge opruimkosten. Ondanks de omvang van het probleem, wordt er nauwelijks sporenonderzoek op deze dumplocaties verricht.
Daarom ontwikkelde Avans samen met het Openbaar Ministerie, Provincie Noord-Brabant, de Politie, het Nederlands Forensisch Instituut en de Universiteit van Amsterdam, innovatieve methoden voor sporenanalyse op drugsafvalcontainers. Onderzocht werd onder andere of uit het afval kan worden bepaald welke drug er gesynthetiseerd is, of dumplocaties door chemisch profileren zijn te linken aan elkaar, of smokkelroutes van cocaïne kunnen worden gerelateerd aan drugsafval en of er een link kan worden gelegd tussen afval en straatproduct. Het antwoord op de vragen: ja.
Samen met de partners is besproken hoe de resultaten van het onderzoek geïntegreerd kunnen worden in de strafrechtketen. De verkregen informatie over de grondstoffen, synthese en herkomst versterken de kennis die nodig is om het probleem bij de wortel aan te pakken.
Meet de mees: de koolmees als biomonitoring tool voor de verspreiding van bestrijdingsmiddelen
Projectleider Peter Lindenburg, lector Analytical Biosciences, Hogeschool Leiden
Bestrijdingsmiddelen lijken niet weg te denken uit onze land- en tuinbouwindustrie, ondanks de zorgen die er bestaan over de verspreiding van deze stoffen in onze leefomgeving en de mogelijke gevolgen voor de biodiversiteit en volksgezondheid. Hoewel de zorgen toenemen, ontbreekt nog grotendeels inzicht in welke middelen aanwezig zijn in de omgeving waar mensen wonen, werken en recreëren. Dat komt vooral doordat monitoringssystemen zich beperken tot oppervlaktewater.
Het onderzoek Meet de mees verandert dit door de koolmees in te zetten als biomonitoringstool. Tijdens het broedseizoen verzamelt de koolmees voedsel en nestmateriaal in een klein gebied rondom het nest. Aanwezige bestrijdingsmiddelen komen terecht in eieren en jongen, waardoor zij als natuurlijke indicatoren dienen van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen.
Onderzoekers, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden en burgers werken in het project samen aan de opgave om het inzicht in de verspreiding van bestrijdingsmiddelen te vergroten. De kennis wordt gekoppeld aan bestaande monitoringssystemen en wordt vertaald naar bewustwording, beleidsontwikkeling en verder onderzoek. Ook wordt een nationale biobank opgebouwd om verder onderzoek mogelijk te maken.
Moleculaire Diagnostiek naar de Huisarts
Projectleider Joost Schoeber, lector Molecular Technologies for One Health, Fontys Hogeschool
Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) nemen in Nederland en Europa al jaren toe. . Zo is het aantal gevallen van gonorroe de afgelopen 10 jaar met 303% gestegen, waarbij ook een toename in antibioticaresistentie is waargenomen. De centralisatie van de diagnostiek leidt tot er een vertraagde gerichte behandeling, meer ziekteverspreiding, onnodig antibioticagebruik en een versnelling van resistentie. Het project Moleculaire Diagnostiek naar de Huisarts komt daarom met snelle en betrouwbare point-of-care (POC)-test. Deze test combineert de gevoeligheid van de PCR (een techniek waarbij van een kleine hoeveelheid DNA heel veel kopieën worden gemaakt)met een ‘glow-in-the-dark’-signaal dat zichtbaar is met een smartphonecamera. Daarmee heb je binnen 30 minuten een testresultaat, zonder een laboratorium nodig te hebben. Een ideale test voor huisartsen, GGD’s, SOA-poli’s en klinieken met beperkte middelen. Binnen het project leveren master- en hbo-studenten een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van de test. Samen met zorgprofessionals, laboratoria, GGD en POC-test-implementatiedeskundigen kent het project een hoog ontwikkeltempo. Een prototype is inmiddels al in de praktijk getest in Oeganda.
NAMI - Niet, Anders en Minder Inkopen door de Rijksoverheid, de hefboom naar een circulaire economie
Projectleider Mirjam Kibbeling, lector Publieke Inkoop voor een samenwerkingsverband, Hogeschool Rotterdam
Publieke waarde ontstaat soms niet door nieuwe middelen aan te schaffen, maar juist door niét te kopen. De rijksoverheid heeft te maken met grote maatschappelijke opgaven, waar het project van Mirjam Kibbeling via bewust inkopen aan wil bijdragen. doorpublieke inkoop in te zetten als strategisch instrument om maatschappelijke impact te vergroten. Niet door geld goed te besteden, maar door bewust te kiezen wanneer en waarom geld wordt uitgegeven en wanneer doelbewust niet.
Binnen het project werkten onderzoekers, inkoopprofessionals, beleidsmakers en praktijkpartners samen om een vraag te beantwoorden hoe en met welke middelen inkoopprofessionals circulaire strategieën in kunnen zetten binnen inkoopactiviteiten van de rijksoverheid.
Hieruit kwamen 3 doorbraken:
- Niet inkopen door behoeftes te herijken binnen publieke organisaties.
- Anders inkopen door met functioneel specificeren innovatieve, circulaire en sociale oplossingen te stimuleren.
- Minder inkopen door verbruik inzichtelijk te maken, zowel bij opdrachtverstrekkingen als tijdens de realisatie van contractafspraken.
Naast kennis en praktische tools zoals een publicatiereeks en een inspiratiekit, brengt het project ook een beweging in gang: inkoopprofessionals ervaren meer handelingsruimte in hun werk.
RISE Trial: Minder zitten en meer bewegen na een beroerte
Projectleiders Martijn Pisters (lector Beweeggedrag & Preventie in de Zorg) en Yvonne Hartman (senior onderzoeker, Beweeggedrag & Preventie in de Zorg), Fontys Hogeschool
Jaarlijks krijgen meer dan 40.000 Nederlanders een beroerte. Steeds meer van hen overleven dit, maar na een beroerte blijft de kans op een nieuwe beroerte of andere cardiovasculaire aandoening hoog. Een belangrijke factor hierin is dat mensen die een beroerte hebben gehad langdurig zitten en te weinig bewegen.
RISE buigt zich over deze factor en onderzoekt interventies die mensen na een 1e beroerte ondersteunt bij het verminderen van langdurig zitten. Samen met patiënten, fysiotherapeuten en technologische partners ontwikkelde de ondezoekers van RISE een eCoaching-systeem met een activiteitenmonitor, een app en een dashboard voor fysiotherapeuten.
De eerste resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend. Zo zitten deelnemers gemiddeld 50 minuten minder per dag en besteden zij meer tijd aan lichte tot matig-intensieve fysieke activiteit.
De omvang van het project is groot: 28 zorgcentra en 110 fysiotherapeuten nemen deel aan een landelijk netwerk. Meer dan 700 patiënten participeren in het onderzoek. Daarnaast leidt RISE tot landelijke scholing van fysiotherapeuten, toepassing in het onderwijs en stappen richting concrete implementatie in de zorg.
RAAK-award
Elk jaar reiken we een prijs uit voor het beste praktijkgericht onderzoek: de RAAK-award. Met de prijs wil Regieorgaan SIA het onderzoek van hogescholen meer bekendheid geven.