Maaiafval voor de energietransitie

Onderzoeker Gert Hofstede van de Hanzehogeschool Groningen maakt duurzame, circulaire energie uit maaiafval in het RAAK-PRO project Why Care More. Als onderzoeker slaat hij zo een brug tussen de hogeschool en de universiteit.

Maaiafval als energiebron

Bermen worden in Nederland vaak gemaaid. Wel zo’n 2 à 3 keer per jaar. Al dat gemaaide gras wordt nu verbrand, en zo komt er schadelijke CO2 vrij. Samen met een team van de Hanze, de provincie Drenthe, verschillende bedrijven (Bioclear earth, Enki Energy en DMT Joure) en de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt Gert hoe je door slim hergebruik van gras dat in de berm wordt gemaaid circulair biogas kunt maken.

De beginfase van het project bestaat uit veel laboratoriumonderzoek. ‘In de volgende fase is kijken of het ook ‘in het groot’ werkt,’ vertelt Gert.

Onderzoeker Gert Hofstede aan het werk in het lab

Gert Hofstede (Hanzehogeschool Groningen)

Koeienmaag als inspiratie

‘Wat we eigenlijk doen in 1 van onze reactoren, is het kunstmatig nabootsen van de pensmaag van een koe’, vervolgt Gert zijn verhaal. De onderzoeker en docent voert dit onderzoek uit als promovendus. Zijn promotietraject is onderdeel van het RAAK-PRO project.

‘Het is tweeledig’, legt hij uit: ‘het gemaaide gras wordt afgebroken in een reactor door middel van het toevoegen van verteringssappen die lijken op die van de koe. Het gas dat daarbij vrijkomt is deels methaan (CH4) en deels CO2. Dat gas is van te slechte kwaliteit om als groengas te gebruiken. Maar door het slim te bewerken kan dat wel.'

Direct bruikbaar en circulair

‘We verbeteren de opgewekte CO2 daarom in een speciaal gebouwde reactor. Dat doen we door waterstof toe te voegen. In de reactor groeien micro-organismen die methaan maken uit koolstofdioxide en waterstof. Zo krijg je methaan dat direct bruikbaar is als groengas. De toegevoegde waterstof is afkomstig uit groen opgewekte elektrische energie die overtollig is. Op die manier wordt dat niet verspild.’

'We brengen met deze energie geen nieuwe CO2 in de lucht. Het is circulair en is daarmee duurzamer dan fossiele brandstoffen en ander biogas.’

Laboratoriumflesjes met groene vloeistoffen en een onderzoeker die er naar kijkt in een lab

Student Joran van Ommen (Hanzehogeschool Groningen)

Reactoren

Gert: 'We hebben 2 reactoren gebouwd in het lab, die op kleine schaal het afvalmateriaal kunnen omzetten. Nu gaan we kijken of het ook werkt in het groot, in onze energieproeftuin. De chemische bedrijven die met ons samenwerken in dit project onderzoeken samen met ons hoe we dit zo goed mogelijk kunnen realiseren. En later ook op de markt kunnen brengen.'

Onderdeel van de energietransitie

Biogas gaat niet de grootste bron van energie worden in Nederland, maar doordat je het op kan slaan vormt het een buffer als er bijvoorbeeld geen zonne- of windenergie beschikbaar is. ‘Het is mooi om op deze manier bij te dragen aan de energietransitie’, vertelt Hofstede.

Samenwerken met de universiteit

En van de voornaamste doelen van de RAAK-PRO regeling is het bevorderen van langdurige samenwerkingsverbanden in een breed kennisnetwerk. ‘In dit project werken we samen met de Rijksuniversiteit Groningen, de provincie Drenthe en daarnaast een aantal bedrijven met veel kennis op het gebied van biogas' licht Gert toe.


Die samenwerking krijgt in dit project onder meer vorm door Gerts promotietraject: 'Die kruisbestuiving tussen universiteit, hogeschool en bedrijven werkt erg goed. Via mijn promotoren op de universiteit sla ik heel makkelijk de brug tussen de hogeschool en de universiteit. Zo brengt de universiteit bijvoorbeeld heel veel ervaring mee op het gebied van publiceren, waar wij op de hogeschool weer minder ervaring mee hebben.’

Doorwerking naar het onderwijs

Gert: 'Via de minor Renewable Energy werken veel studenten mee aan het onderzoek. Op die manier maken zij kennis met onderzoek en zorgen we ook voor doorwerking naar het onderwijs.’

Student onderzoeker aan het werk in het lab

RAAK-PRO: werken aan een duurzame samenwerkingsrelatie

Met RAAK-PRO doen lectoren en onderzoekers samen met het kennisnetwerk en de beroepspraktijk gedurende 4 jaar praktijkgericht onderzoek. Door dit langdurig gezamenlijk onderzoek ontstaat een duurzame samenwerkingsrelatie tussen hogescholen en betrokken partners.

Foto's: Tomas Mutsaers