Praktijkgericht onderzoek van hogescholen

Het praktijkgericht onderzoek van hogescholen ontstaat vanuit een vraag of probleem uit de praktijk. Resultaten zijn kennis, inzichten, producten en diensten die bijdragen aan innovatie van de beroepspraktijk en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. En het onderzoek versterkt de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs.

Inhoud

Onderzoek doen in en met de praktijk

Oplossen van maatschappelijke vraagstukken

Met praktijkgericht onderzoek werken hogescholen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Denk aan klimaatverandering, vergrijzing of de toenemende zorgvraag.

Samenwerken met mkb en publieke sector

De onderzoeksvraag komt vanuit de beroepspraktijk. Het onderzoek vindt plaats in en met die praktijk. Hogescholen werken dan ook nauw samen met het mkb en/of de publieke sector.

Doorwerking

Door samen met de beroepspraktijk onderzoek te doen, komen kennis en resultaten van onderzoek weer terug in diezelfde praktijk. Via onderzoeksgroepen, lectoren en docenten stroomt de kennis ook door naar het onderwijs van de hogescholen. Dit noemen we doorwerking in beroepspraktijk en onderwijs.

Onderzoekende houding toekomstige professionals

Studenten die meedoen in onderzoeksprojecten ontwikkelen een onderzoekende, kritische houding die belangrijk is voor hun toekomstige beroepsuitoefening. Ook versterkt het praktijkgericht onderzoek de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs als geheel. Studenten worden met de nieuwste kennis opgeleid en via hen komt deze kennis ook weer in de praktijk terecht.

Onderzoeksgroep

Lectoren

Het praktijkgericht onderzoek van hogescholen staat onder leiding van lectoren. Lectoren zijn onderzoekers op het snijvlak van onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk. Lectoren en lectoraten bestaan sinds 2001. Het aantal lectoren groeit sindsdien gestaag. In 2007 waren er nog geen 300, in 2018 waren er bijna 680. De omvang van de lectoraten neemt ook toe in termen van personeel en geld (bron: Rathenau Instituut).

Lectoraten

Het lectoraat is de basis van het praktijkgericht onderzoek. Elk lectoraat bestaat uit 1 of meerdere lectoren, docent-onderzoekers, promovendi en ondersteunend personeel. Soms zijn ook externe deskundigen betrokken. Een lectoraat richt zich op een specifiek thema, bijvoorbeeld technologie in de gezondheidszorg of energietransitie in de stad.

Onderzoekers van HZ University op een mosselbank bij de Oosterschelde

Onderzoekers van lectoraat Building with Nature van HZ University of Applied Sciences aan het werk bij de Oosterschelde

Platforms, Centres of Expertise, Labs

Lectorenplatforms

Lectoren werken steeds vaker op hun expertise en thema samen in platforms. Lectorenplatforms zijn open en actieve samenwerkingsverbanden. Een platform werkt toe naar een gezamenlijk meerjarenonderzoeksprogramma. Zo kunnen de lectoren in een platform zich met elkaar richten op deelname aan nationale en internationale onderzoeksprogramma’s. Regieorgaan SIA ondersteunt platforms met de platformregeling. Bekijk voor meer informatie ook onze webpagina over de lectorenplatforms.

Centres of Expertise

Centres of Expertise zijn samenwerkingsverbanden waarin hogescholen, bedrijven, overheden en andere publieke organisaties samen innoveren, experimenteren en investeren. Een Centre of Expertise is gericht op het realiseren van toekomstbestendig hoger beroepsonderwijs en het innoveren van de beroepspraktijk. Op dit moment zijn er 52 centres in Nederland. Je vindt een overzicht op de website van Katapult.

Labs en werkplaatsen

Labs (of Living labs) en werkplaatsen zijn werkvormen waarin studenten, onderzoekers en bedrijven en instellingen gezamenlijk werken aan het ontwikkelen van kennis en innovaties. Zij doen dit in een levensechte experimenteeromgeving. Denk hierbij aan stadswijken, binnen bedrijven of instellingen of binnen gezamenlijke laboratoria op scienceparken.

Hogescholen doen ook onderzoek op festivals. Regieorgaan SIA heeft een aparte subsidieregeling om dit te stimuleren. Samen met Innofest maken we het mogelijk dat onderzoekers bijvoorbeeld hun prototype kunnen testen op festivals als de Zwarte Cross en Into The Great Wide Open.

Kwaliteitszorg

Sinds 2007 werken hogescholen gezamenlijk aan de kwaliteitszorg van het praktijkgericht onderzoek. In 2009 werd het eerste Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) vastgesteld. In 2015 is een nieuw BKO voor de jaren 2016-2022 tot stand gekomen. Je leest er meer over op de website van de Vereniging Hogescholen. Daar kun je het protocol ook downloaden.

Financiering van praktijkgericht onderzoek

Hogescholen ontvangen geld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om hun onderwijs- en onderzoekstaak te doen. Deze rijksbijdrage is de 1e geldstroom.

Daarnaast kunnen hogescholen een beroep doen op de 2e geldstroom. Dit gebeurt via organisaties als Regieorgaan SIA en ZonMw. Regieorgaan SIA krijgt ook geld van OCW, maar dit kan ook van andere departementen of kennisinstellingen komen. Het geld dat Regieorgaan SIA van OCW ontvangt, wordt via onze financieringsinstrumenten verdeeld voor onderzoek aan hogescholen.

Daarnaast is er financiering van het praktijkgericht onderzoek vanuit de 3e geldstroom. Dit is bijvoorbeeld financiering door het bedrijfsleven of de lokale overheid, vaak een directe deelnemer in het praktijkgericht onderzoek.

Samenwerking

Om te komen tot meer en beter praktijkgericht onderzoek werken we samen met onder andere departementen, topsectoren en kennisinstituten. Zo zijn we actief betrokken bij het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en de Nationale Wetenschapsagenda.