Programma Praktijkkennis voor Water en Bodem
Hogescholen, overheden en praktijkpartners werken samen in het programma Praktijkkennis voor Water en Bodem aan toepasbare oplossingen voor water- en bodemopgaven. Het programma richt zich op 4 programmalijnen:
Samenwerking
Het programma Praktijkkennis voor Water en Bodem is een samenwerking met het ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat (IenW), het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en TKI Deltatechnologie. Het programma beoogt de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de urgente uitdagingen in water- en bodembeheer.
Doelstellingen van het programma
Het programma erkent dat de opgaves langjarige aandacht nodig hebben. Daarom is ook gekozen voor het werken volgens meerjarige programmalijnen. Per programmalijn wordt elk jaar een focus gekozen, een thema, waarbinnen water- en bodemvraagstukken urgent zijn en waar specifieke aandacht voor nodig is. Hogescholen worden in de regeling Praktijkkennis voor Water en Bodem: Thematische vraagstukken uitgedaagd om via praktijkgericht onderzoek bij te dragen aan het oplossen van deze vraagstukken.
Een voorwaarde binnen het programma is dat projecten zich baseren op samenwerking tussen praktijk en partijen uit de wetenschap. Vanuit de hogescholen spelen lectorenplatforms, centers of expertise en SPRONG-groepen een sleutelrol in de verbinding.
De thema's worden gekozen in samenspraak met overheden en kennisinstellingen om de relevantie te waarborgen.
Projecten die tot nu toe financiering kregen vind je via deze link.
De oproep voor projectvoorstellen staat nu open. Om naar de regelingpagina te gaan gebruik je deze link.
Meer informatie en contact
Wil je meer weten over het programma Praktijkkennis voor Water en Bodem of over een specifieke regeling binnen dit programma? Neem dan contact op met:
Programmalijn 1: Regionaal zoetwaterbeheer in balans
In de programmalijn Regionaal zoetwaterbeheer in balans staan ruimtelijke keuzes die bijdragen aan de combinatie van voldoende kwantiteit én kwaliteit van zoetwater en het vergroten van de sponswerking centraal. Denk aan praktische maatregelen en experimenten in het waterbeheer die bijdragen aan het vergroten van de zoetwatervoorraad, het verbeteren van de hydrologische omstandigheden voor landbouw en natuur op de lange termijn, waaronder watervoering van beken bij waterschaarste en het langer vasthouden van het zoetwater in de bodem en ondergrond. Onder deze programmalijn valt ook experimenteren met ecosysteemdiensten en het spaarzamer omgaan met het beschikbare zoetwater.
De activiteiten binnen deze programmalijn bouwen voort op landelijke kennis en inzichten als van College van Rijksadviseurs (CRa) en deltaprogramma zoetwater naar specifieke regionale kenmerken van het water- en bodemsysteem en sluiten aan op de kennisagenda zoetwater en KIA LWV missie 3C.
Programmalijn 2: Water en bodem in de bebouwde omgeving
In de programmalijn Water en bodem in de bebouwde omgeving staat het benutten van ruimtelijke kansen centraal. Onder deze programmalijn valt het stedelijk waterbeheer, het watersysteem en de waterketen. Dit omvat keuzes in de ruimtelijke ordening boven en onder de grond, het beheer van de openbare ruimte, de gebouwen en de mensen in deze stedelijke omgeving. Deze keuzes staan altijd in relatie tot de andere opgaven die in dezelfde omgeving landen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteitsopgaven.
Vraagstukken zijn onder andere:
- Hoe gaan we om met weerextremen in de bestaande bebouwde omgeving?
- Hoe kan het toevoegen van woningen aan de bestaande bebouwing een impuls geven aan de toekomstbestendigheid van de fysieke woonomgeving op basis van water en bodem?
- Hoe kan de bodem bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast en droogte?
- Hoe werken partijen optimaal samen in het beheer van de openbare ruimte, de drinkwatervoorziening en de afvalwaterinfrastructuur?
- Hoe gaan we over tot actie en leren we van recente ervaringen?
De activiteiten binnen deze programmalijn bouwen voort op opgedane inzichten in onder andere:
- NKWK klimaatbestendige stad
- Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
- College van Rijksadviseurs
- Kennisagenda klimaatadaptatie
- KIA LWV missie
Programmalijn 3: Bodem en Ondergrond
De programmalijn Bodem en Ondergrond richt zich op het duurzaam beheren, benutten en herstellen van de ondergrond als fundament van een gezonde en veerkrachtige leefomgeving. De lijn stimuleert praktijkgericht onderzoek dat handelingsperspectieven ontwikkelt voor professionals en beleidsmakers binnen maatschappelijke opgaven rond bodem en ondergrond. Projecten binnen deze programmalijn verbinden beleids- en onderzoeksopgaven tot toepasbare kennis, bruikbare instrumenten en merkbare impact in beleid, praktijk en onderwijs.
Gehanteerde definities onderzoeksthema’s
De onderstaande definities vormen het gemeenschappelijke begrippenkader binnen de programmalijn bodem en ondergrond. Ze zijn in hoofdzaak gebaseerd op de terminologie en systematiek van de EU-richtlijn Bodemmonitoring en veerkracht (RBMV). Deze richtlijn beschouwt bodem en ondergrond als levende systemen met ecologische, maatschappelijke en economische functies en benadrukt herstel, bescherming en duurzaam gebruik binnen de draagkracht van het natuurlijke systeem.
Waar relevant sluiten de definities verder aan bij bestaande Nederlandse kaders, waaronder de Structuurvisie Ondergrond, de Landelijke Visie Vitaal Nederland (LVVN) over duurzaam bodembeheer, de RIVM-begrippenlijst bodemsanering, de Studiegroep Grondwater en de Kennisagenda Grondwater. Deze documenten hanteren grotendeels dezelfde uitgangspunten, maar vullen de Europese definities aan met bestuurlijke en beleidsmatige duidingen die specifiek zijn voor de Nederlandse context. Samen bieden deze bronnen een consistent begrippenkader waarmee praktijkgericht onderzoek, beleid en uitvoering binnen het domein van bodem, ondergrond en grondwater op elkaar kunnen aansluiten.
Thema's en definities:
- Bodemherstel: Herstel van fysische, chemische en biologische bodemkwaliteit zodat ecosysteemdiensten terugkeren en duurzaam gebruik mogelijk blijft.
- Grondwater: Ondergrondse watervoorraden die essentieel zijn voor drinkwater, landbouw, natuur en industrie. Beheer richt zich op kwaliteit, beschikbaarheid en duurzaam gebruik binnen draagkracht van het systeem.
- Minder verstoren: Principe om bodemverstoring, verdichting en afdekking te minimaliseren bij ruimtelijke ingrepen. Beoogt het behoud van bodemdiensten en voorkomt afwenteling naar toekomstige generaties. Dit geldt voor zowel bodems in de bebouwde omgeving als in landelijk en natuurgebied.
- Diepe ondergrond: De ondiepe ondergrond omvat de bodem en de lagen tot circa 20 meter diepte waarin natuurlijke processen, infrastructuur en gebruik samenkomen. Ze vormt de overgangszone waar bodemfuncties, waterbeheer en ruimtelijke ordening elkaar raken. Voor het middeldiepe deel (20–500 meter) spelen voornamelijk grondwatervraagstukken en het vormt de overgang naar de diepere ondergrond onder de Mijnbouwwet.
- Gezonde bodem: Een gezonde bodem is de fysische, chemische en biologische toestand waarin de bodem als levend systeem functioneert en duurzaam ecosysteemdiensten levert.
- Bodemdiversiteit: Verscheidenheid aan bodemorganismen die cruciaal zijn voor nutriëntenkringloop, waterhuishouding en plantgezondheid. Herstel en bescherming versterken bodemweerbaarheid en klimaatadaptatie.
- Bodemdaling: Het zakken van de bodem, veroorzaakt door veen- en kleigrond die inklinkt of afbreekt door ontwatering, droogte of mijnbouwactiviteiten. Dit leidt tot schade aan infrastructuur, landbouw en natuur en vraagt om gebiedsgerichte strategie en monitoring.
Programmalijn 4: Veilige, weerbare en bereikbare delta's
De centrale doelstelling van de KIA-LWV MMIP6a is dat Nederland, ondanks een stijgende zeespiegel en meer variabele aanvoer van rivierwater, nog steeds een veilige en weerbare delta is in 2050: Land en water zijn beschermd met betaalbare, circulaire, klimaatneutrale en natuur-inclusieve maatregelen, en havens zijn bereikbaar en rivieren, kanalen en de Noordzee zijn veilig bevaarbaar.
De Nederlandse delta heeft de strengste normen voor overstromingsrisico wereldwijd. De bescherming heeft meerdere lagen: Waterkeringen en dijken, ruimtelijke inrichting, en een goede crisisorganisatie. Onzekerheid over de snelheid van zeespiegelstijging, sterker schommelende rivierafvoeren, heviger neerslagextremen en langere droogteperioden, in combinatie met andere maatschappelijke opgaven zoals natuur, klimaatmitigatie en -adaptatie en circulariteit, vragen om nieuwe afwegingen en oplossingsrichtingen voor de (verre) toekomst.
In 2030 zijn duurzame maatregelen om delta’s te beschermen, weerbaar en bereikbaar te houden doorontwikkeld. De geschiktheid van maatregelen zijn bekend om de juiste afwegingen te kunnen maken voor de middellange termijn (2050-2100) met tegelijkertijd een doorkijk op de lange termijn (>2100) en extremere scenario’s.
Deze opgaves vragen om handelingsperspectief voor betrokkenen van de huidige uitvoeringsprogramma’s, onder andere om lock-in situaties op de middellange termijn te voorkomen.