Samenwerken aan duurzaam bodembeheer

In dit project doet Aeres Hogeschool samen met 3 andere hogescholen onderzoek naar een duurzamer bodemgebruik. Het onderzoek wordt gefinancierd vanuit het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen.

Schakelen

Het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen bestaat sinds 2019. Met het programma willen Regieorgaan SIA, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de topsector Agri & Food de rol van hogescholen in de ‘groene’ kennisketen vergroten.

De eerste 3 projecten zijn van start. 1 daarvan is het project Duurzaam Bodembeheer, gefinancierd via de thematische call Duurzaam Bodembeheer (2019). Gera van Os is lector bij Aeres Hogeschool Dronten, de penvoerder van het project. Als bodemdeskundige is ze vaak in gesprek met boeren, overheden en maatschappelijke organisaties, en ze schakelt veel met collega-onderzoekers van diverse onderzoeksinstellingen.

De boeren van de toekomst

Innovaties voor duurzame landbouw worden vaak ontwikkeld door onderzoeksinstellingen, zoals Wageningen University & Research en het NIOO-KNAW, in samenwerking met het bedrijfsleven. Hogescholen zijn daar vaak niet bij betrokken, terwijl het juist zo belangrijk is om docenten en studenten, de boeren van de toekomst, hierin mee te nemen. Met deze regeling worden de banden tussen de hogescholen, onderzoeksinstellingen en bedrijfsleven versterkt.

Gera van Os

De regeling

Gera van Os vertelt: ‘Er waren al langer plannen om als hogeschool intensiever met Wageningen UR samen te werken. De wil was er van beide kanten, maar door de regeling die er nu is, met een aanvulling vanuit de Topsector Agri & Food, hebben we ook de financiële middelen om er echt werk van te maken. De hogescholen kunnen zelf kiezen welke vorm van samenwerking voor hun de meeste meerwaarde biedt. Dit kan variëren van een gastcollege, het aanleveren van lesmateriaal, tot het gezamenlijk uitrollen van een nieuw concept.'

De lector als verbinder

Lectoren spelen een sleutelrol in die samenwerking, vanwege hun contacten met zowel het onderwijs, de (toekomstige) boeren als de onderzoeksinstellingen. Gera van Os weet daar alles van. 'Om de toekomstige generaties boeren goed op te kunnen leiden is het essentieel om de docenten vroegtijdig te betrekken bij nieuwe ontwikkelingen. Zo hebben ze de nieuwste kennis in huis.

Een onderzoeksproject in de praktijk biedt bovendien de mogelijkheid om studenten hands-on ervaring te laten opdoen. Om succesvol te zijn, moet je bekend zijn met de taal en cultuur van alle betrokken partijen. In dit project komt dat allemaal samen; van keukentafelgesprekken met de boeren tot online workshops voor docenten.'

Nodig voor een duurzame toekomst

Een betere samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, hogescholen en bedrijfsleven is hard nodig om de transitie naar een duurzamere landbouw voor elkaar te krijgen. Van Os: ‘Als we de klimaatdoelen willen halen, biodiversiteit willen bevorderen én voldoende voedsel willen blijven produceren, is een andere manier van bodembeheer nodig. Bijvoorbeeld met minder intensieve grondbewerking of aangepast waterbeheer. In dit project leren 4 hogescholen - Aeres Hogeschool, Has Hogeschool, Hogeschool Inholland en Van Hall Larensteijn University of Applied Sciences - van en met elkaar om dat te realiseren.’

Veldwerk in tijden van corona

‘Het plan was om dit voorjaar veel veldwerk te doen. Een groep studenten en docenten van Aeres Hogeschool zou bijvoorbeeld meelopen met onderzoekers van Wageningen UR bij het beoordelen van de bodemkwaliteit en het voeren van keukentafelgesprekken om tot een integraal advies te komen. Dat is helaas niet doorgegaan vanwege het coronavirus', vertelt Van Os.

'In plaats daarvan zijn de studenten aan de slag gegaan met een alternatieve opdracht. ‘De geplande consortiumbijeenkomst heeft online plaatsgevonden. Daarmee kwam de rondleiding bij de Boerderij van de Toekomst te vervallen, maar die houden we nog tegoed.’

Bodemkwaliteitsplan

In plaats van veldwerk heeft een groep studenten van Aeres Hogeschool een overzichtelijk format ontworpen voor het eindresultaat van het bodemkwaliteitsplan. Gera van Os: ‘Deze tool speelt een belangrijke rol in het project. Het biedt handvatten voor een integrale aanpak van het bodembeheer. Het volledige adviesrapport is met 40 pagina’s niet zo gebruiksvriendelijk. De studenten hebben het advies samengevat in een praktisch en toegankelijk document dat direct inzicht geeft voor de boer.’

4 hogescholen, 4 regio’s

Er zijn vele tools en werkwijzen om te komen tot een integraal advies voor duurzaam bodembeheer. Elke regio, sector, grondsoort en bedrijfstype kent specifieke knelpunten. Voor de akkerbouw op kleigrond in Flevoland ligt de nadruk op het voorkomen en verhelpen van bodemverdichting, maar voor de bollenteelt op duinzandgrond langs de westkust ligt de grootste uitdaging in een goed organisch stofbeheer. De hogescholen experimenteren en hanteren bestaande tools om te komen tot de beste aanpak in hun eigen regio.

Duurzaam denken over bodembeheer

Uiteindelijk is een omslag in het denken nodig, bij zowel de boeren als de maatschappij. Van maximale naar optimale voedselproductie, zonder de bodem uit te putten en met respect voor natuur en biodiversiteit. Van Os: ‘Een complete omslag gaan we niet bereiken in deze 2 jaar, maar we maken een mooie stap in de goede richting.’

Foto's: Aeres Hogeschool